De zender

De zenders werden door ons zelf gebouwd. en als je de opstelling ziet dan kun je bijna niet meer zeggen dat het er professioneel uit ziet. Maar hoe belangrijk is het om er goed uit te zien? Het gaat hier om radio en niet om TV.
bovendien moest het snel en makkelijk zijn om te maken. want 60 zenders op jaarbasis daar heb je een aardige kluif aan.

Links achteraan staat een tuner die geen enkele modificatie heeft ondergaan.
via het dunne rode draadje werd een klein zendertje die via een lijnverbinding van PTT aan de studio was gekoppeld, ontvangen. de verbinding tussen de antenne van  dit zendertje en deze ontvanger was niet meer dan 30 cm. De antenne zelf was weggestopt in de stuclaag achter de muur links. Het zendertje zelf stond twee verdiepingen lager. wel werd het signaal in de ontvanger voor de discriminatoir afgetapt. voordeel hiervan is dat je geen  stereocoder nodig hebt. De werkelijke stereocoder zat aan het kleine zendertje twee verdiepingen lager. De RCD heeft er meer dan een jaar over gedaan om dit zendertje op te sporen.  dit komt ten goede aan de kwaliteit en levert gelijk een flinke besparing op.
Dit kleine zendertje viel automatisch uit als de grote zender werd uitgeschakeld (in beslag werd genomen) hierdoor was het onmogelijk om het kleine signaal te meten door de veldsterkte van de hoofdzender.
Links voor staat de werkelijke stuurzender met een vrijlopende oscillator. na een uurtje warm worden werd de frequentie nog even bij geregeld.

Rechts voor staat de voeding van de stuurzender die met twee coax kabeltjes de zender voorzag van 15 en 28 volt. De stuurzender leverde een vermogen van bijna 250 Watt.

Helemaal rechts daar ligt de uiteindelijke eindtrap die met een klein ventilatortje werd gekoeld. tussen de stuurzender en de eindtrap zit een dik stuk coax die met een lus over de 50 (bijna 60) Volt voeding van de eindtrap loopt. 60 volt was eigenlijk een beetje teveel van het goede en deze eindtrap was dan ook een kort leven beschoren. Maar ja, met gemiddeld 60 invallen per jaar kun je dingen beter snel afbranden dan dat je ze als nieuw meegeeft.
Op het uiterste van zijn kunnen leverde de hier getoonde zender een vermogen van rond de 700 Watt. In die tijd voldoende om de Duitse grens over te steken. tegenwoordig kom je met dit vermogen Amsterdam nog niet uit.  Op de foto hieronder ziet u alles nog een beetje uitvergroot.
onder de foto ga ik nog even dieper op de techniek van de zender in.
Maar dat is dan alleen maar voor de echte techneuten onder ons. Overigens moet ik wel even diep nadenken omdat de laatste zender die ik heb gebouwd ergens in 1987 (bijna dertig jaar geleden in elkaar heb geplakt.

De ringkern transformator van het merk ILP leverde ongeveer 25 volt.
aangezien we ook 15 volt nodig hadden brachten we zelf een extra wikkeling aan van 2,5 mm2 VD draad. ILP is erg goed maar ook erg duur. zeker als je vraagt om twee verschillende spanningen. Kwartiertje werk en 50 gulden verdiend. dan praat je toch over een besparing van 60 x 50 = 3000 gulden per jaar. In de rechter voeding zit een nog veel zwaardere ringkern. je praat dan al snel over 350 gulden transformatoren.  zal ik u een geheimpje verklappen.
Dit was één van de eerste sets en elke keer werden ze simpeler. helaas heb ik van de laatste veertig zenders geen foto. Maar een belangrijk verschil waren de voedingen. beide voedingen werden samen gebracht in één voeding en voorzien van een blok beton. Net zo open als op deze foto maar niet van echt te onderscheiden. Het stabilisatiegedeelte en de regelingen waren wel aanwezig net als de enorme condensator van soms wel 100.000 uF. gemiddeld betaalde we voor deze Elco’s (elektrolytische  condensatoren tussen de vijf en tien gulden. een bekende leverancier was pleun (de hollander) van het overbekende Waterlooplein. Maar hoe zat het dan met het blok beton?
Heel simpel. ik kocht voor iets van drie gulden een verf meng emmertje van vertint blik. deze werd op 10 cm hoogte afgeknipt en voorzien van twee gaten. door de gaten ging een dik stuk neopreen 3 x 6 mm2 waarvan de aarde aan de binnenkant van het blik werd vast gesoldeerd. daarna werd het geheel afgevuld met beton. na het drogen werd het blik omgekeerd en gesoldeerd op een stuk blank printplaat. om het nog echter te maken werd er een stickertje op geplakt van 60 gulden. Maar waar komt de spanning dan vandaan? ja, zal ik u dat verklappen of blijft dit het geheim van de smid?
Nou vooruit dan maar, want na 40 keer met een blok beton weg te zijn gelopen hebben ze eindelijk het geheim ontdekt. In ouder huizen zaten zeker op zolder vaak ijzeren elektriciteitspijpen met katoenen draden later werd dat vd groen en rood waarbij groen de live of fasedraad was. nog langer geleden waren beide draden fases en werd de nul helemaal niet gebruikt van 3 x 220 naar 3 x 380 (nu 400) volt. helaas was het bij mij iets moderner en heb ik de zaak zelf een beetje verouderd. ijzeren pijpen en oude bakelieten stopcontacten.
In dit geval een dubbel stopcontact met randaarde. voordeel van deze oude dozen is dat je ze kunt delen. Dit gaf mij de gelegenheid om achter het stopcontact een enorme ringkern transformator te plaatsen. het onderste stopcontact daar stond gewoon 220 volt op terwijl op het bovenste stopcontact de randaarde als min pool werd gebruikt terwijl op de linker poot 60 en op de rechter poot 25 volt DC stond. enige voorzichtigheid is wel geboden en ik hoop dan ook maar dat de in beslag genomen voedingen nooit meer op de markt zijn gekomen want 220 volt wissel x 1,44 is ongeveer driehonderd volt gelijkspanning op een Elco van 75 Volt geeft een aardige knal.

De stuurzender.
zoals je kunt zien is alles zweefbouw. lekker snel en degelijk en ook goed voor de warmte afvoer. deksels op de kasten was niet nodig en zorgt voor een minder goede ventilatie. De kwaliteit van de zenders was erg goed en de verhalen over het storen van vliegverkeer grote onzin. Maar ja, je moet toch wat zeggen om je in te dekken bij je vriendjes.
als oscillator werd een BFW10 fet gebruikt. deze werd twee keer gebufferd met een BF245. hierna werd het vermogen langzaam aan vergroot met een 2N2219A een 2N3553 een BLY87A een BLY 88  en een BLW77.
In de eindtrap zat in balance twee x de BLW96. Normaal zou dit een goede 500 Watt kunnen leveren. maar met een veel kortere levensduur op een veel te hoge spanning kwam er toch al gouw zo’n 700 Watt uit de eindtrap.

Met twee dipool antennes goed voor 1,4 KiloWatt laten we het op 1 KiloWatt ERP houden. komt immers wat beter overeen met de kilo beton die de RCD 40 keer heeft meegenomen. beetje plagen mag toch ook wel hihi.

Overigens heeft de laatste zender in de mast gehangen op zo’n twintig meter hoogte. Dat maakte het de ambtenaren een stuk moeilijker. De zender werd op 23 november het zwijgen opgelegd maar hij werd pas op donderdag 26 november samen met de mast van het dak verwijderd.
ik zelf zat toen op het politiebureau Waddenweg in Amsterdam Noord.

Wat ik nooit zal vergeten is dat daar ook een collega techneut zat. Een man die zich langdurig heeft beroepen op zijn zwijgrecht. Na enkele dagen was er een enorm kabaal te horen in het cellencomplex. het was inmiddels diep in de nacht en agenten kwamen kijken wat er aan de hand was. mijn collega zei dat hij wilde praten. en toen de agente zeiden dat hij dan tot de volgende morgen moest wachten reageerde hij met nee nu en anders helemaal niet.
De ambtenaar van de RCD moest naar het bureau komen voor een verhoor. Na ongeveer een uur werd hij naar boven gehaald. Kort daarna kwam hij met een hoop geschreeuw van de agenten naar beneden. wij vroegen wat er was gebeurt. Hij vertelde dat hij koffie had gehad en toen ze hem vroegen wat hij wilde verklaren zij hij: Ik vind maar dat jullie een stelletje klootzakken zijn. breng mij maar weer terug naar mijn cel!!!!  Heerlijk om hier aan terug te denken. zoiets maakt je dag (nacht) gelijk weer goed.

Met de RCD op zich heb ik altijd goed door een deur gekund. vroeger waren zij immers ook collega’s van mij. ook al is mij dat niet altijd in dank afgenomen.
weet nog goed dat ik op mijn werk in het begin bezig was met het afregelen van een zendertje en dat er iemand van de RCD achter mij stond mee te kijken.
de rest van het verhaal houd ik maar even buiten beschouwing (zwijgplicht)

Wat het wel was dat is dat je ze een beetje moet africhten. Na het verstevigen van de buitendeur was het voor hen niet meer mogelijk om normaal binnen te komen. zo kregen ze van mij een semafoon nummer zodat ze mij konden piepen als ze naar binnen wilde. in die tijd betaalde je volgens mij zo’n 80 gulden per maand voor zo’simpel apparaatje. meestal was ik binnen een half uur thuis en stonden zij mij op te wachten. Eigenlijk zag ik ze een beetje als vrijwilligers van ons radiostation. aan mij was het de taak om de zender aan te zetten terwijl de RCD de zender altijd uit deed. Zo heeft ieder zijn eigen taak. Dank u wel heren.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *